Blauwe bessen

De blauwe bes (vaccinium corymbosum) komt oorspronkelijk uit Noord-Amerika (Verenigde Staten en Canada). Sedert eeuwen wordt de bes verzameld door indianen in bossen en moerassen en vers of als sap en in gedroogde vorm geconsumeerd. Andere delen van de plant werden door de indianen eveneens voor medische toepassingen gebruikt, zoals thee bereid uit bladeren werd toegepast als bloedverbeteraar.
Bessensap werd gebruikt om onder andere verkoudheid te behandelen. Gedroogde bessen werden gemend met vlees en konden zodoende het hele jaar door geconsumeerd worden. Velen van de eerste kolonisten in de Nieuwe Wereld in de vroege zeventiende eeuw danken hun leven mede aan deze bes. De autochtone indianen leerden hun inheemse planten te verbouwen en te verzamelen. Een hiervan was de bosbes, de wilde variant van de blauwe bes. Uit dankbaarheid voor de adviezen, zoals het verzamelen, drogen in de zon en opslaan voor de winter, gaven de kolonisten jaarlijks een feest.

Tot op de dag van vandaag wordt deze gebeurtenis gememoreerd als “Thanksgiving”, één van de belangrijkste jaarlijkse feestdagen in Amerika.

De teelt

De blauwe bes is een heidegrondplant en groeit het best op een luchtige, humusrijke, zure en vochtige zand- of veengrond. Ze zijn gevoelig voor watertekort of –overlast en daarom vaker te vinden aan de randen van natuurgebieden of bossen, daar waar deze overgaan in cultuurlandschappen met grondgebonden land- en tuinbouw. We telen geïntegreerd en in samenhang met de omgeving waardoor de natuurbeleving en landschappelijke waarden toenemen. Er wordt geplant op een substraat van turf en versnipperd hout, dat vochtig wordt gehouden door een waterbesparende druppelbevloeiing. Door regelmatig, veelal jaarlijks, houtsnippers aan te vullen ontstaat er een vochtig bosplantsoen als groeimedium voor de blauwe bessenplanten.

Vanaf de aanplant tot een volwassen productie duurt gemiddeld 7 jaren. De plant kan 2 meter hoog worden. Na het tweede groei-jaar wordt er wat geoogst, waarna de opbrengst jaarlijks toeneemt. Afhankelijk van het ras en de klimatologische omstandigheden in enig jaar, wordt er geoogst van eind juni tot en met september. De bloeiperiode ligt globaal tussen half april tot half mei. De bloemkleur is witroze. Bestuiving gebeurd op een natuurlijke wijze door hommels en bijen. Na de vruchtzetting zijn de bessen groen totdat ze gaan blauwen ofwel rijpen.